Financiële ondersteuning in de Bbz en de verrekening

Laatst bijgewerkt:

Het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz) is ingesteld om de uitstroom uit de bijstand te bevorderen en instroom in de bijstand vanuit de WW te voorkomen. Zelfstandigen die een eigen bedrijf willen starten of tijdelijk ondersteuning nodig hebben kunnen van deze regeling gebruik maken.
De regeling houdt in dat je financiële ondersteuning krijgt. Waar deze uit kan bestaan en hoe later de verrekening plaats vindt, lees je hieronder.

Een periodieke uitkering

Euro biljetten

Om te voorzien in jouw levensonderhoud krijg je minimaal een uitkering tot bijstandsniveau. Dat is een voorschot in de vorm van een renteloze lening. De hoogte wordt bepaald door het te verwachten netto-inkomen uit eigen bedrijf.
Na afloop van het boekjaar (meestal het kalenderjaar) wordt gekeken naar wat je werkelijk verdiend hebt en dat wordt verrekend. Hoe precies dat lees je hieronder.
Je kunt als startende ondernemer maximaal 36 maanden een periodieke uitkering krijgen.

Bedrijfskapitaal

Je kunt als startende ondernemer een bedrijfskapitaal ontvangen van maximaal € 36.762 (per 1 januari 2019) in de vorm van een rentedragende lening (8%, vanaf 2009 hetzelfde gebleven).
De lening moet in maximaal 10 jaar worden afgelost, maar meestal wordt een kortere termijn van 5 jaar aangehouden afhankelijk van wat jij redelijkerwijs zo snel mogelijk kunt terugbetalen. Je dient 50% van datgene wat je verdient boven de bijstandsnorm te gebruiken om af te lossen.
Bij beëindiging van het bedrijf en de Bbz-regeling wordt het resterende deel van de lening omgezet in een renteloze lening.
Kun je helemaal niet terug betalen dan kan de lening omgezet worden naar een lening om niet. Je hoeft de lening dan niet terug te betalen.

Begeleidingskosten

Er zijn ook nog financiële vergoedingen mogelijk voor begeleidingskosten in de voorbereidingsperiode en gedurende het eerste jaar na de start van de onderneming.

Verrekening periodieke uitkering

Euro's

De periodieke uitkering wordt altijd als voorschot verstrekt in de vorm van een renteloze lening. Na afloop van het boekjaar moet je de definitieve jaarcijfers bij de gemeente inleveren. Ligt jouw bedrijfsresultaat uit jouw bedrijf en eventuele andere inkomsten in het afgesloten boekjaar onder de bijstandsnorm, dan wordt de uitkering omgezet in een lening om niet. Je mag wel een deel van jouw bedrijfsresultaat houden, de forfaitaire aftrek (20%, vanaf 2015 hetzelfde). Hieronder een voorbeeld-berekening voor een alleenstaande ouder in 2019.

Voorbeeldberekening 2018

Bepaling netto-jaarinkomen
Winst uit onderneming (resultaat) 10.204,00
Forfaitaire aftrek (20%) 2.040,80
————–
Te verrekenen inkomen 2018 8.163,20
Berekening jaarnorm 2018
Alleenstaande oudernorm jan. t/m juni: 6 x € 992,12 5.952,72
Alleenstaande oudernorm juli t/m dec.: 6 x € 996,56 5.979,36
————–
Totale jaarnorm 2018 11.932,08
Verrekening leenbijstand 2018
Totale jaarnorm 2018 11.932,08
Af: te verrekenen inkomen 2018 – 8.163,20
Af: ontvangen alimentatie 2018 -2.070,00
—————
Maximale bijstand om niet in 2018 1.698,88
Af: reeds verstrekte leenbijstand 2018 3.256,73
—————
Terug te betalen leenbijstand 2018 1.557,85

In deze voorbeeldberekening is uitgegaan van een verstrekking van de leenbijstand gedurende het hele jaar. Is er maar een gedeelte van het jaar leenbijstand ontvangen, dan bereken je de maximale periodenorm voor dit gedeelte. Het laagste maximum (maximale bijstand om niet of maximale periodenorm) is voor jou van toepassing. Daar wordt dan de reeds verstrekte leenbijstand mee verrekend.

In de verrekening is rekening gehouden met de ontvangen alimentatie voor de kinderen, maar dit kunnen ook andere neveninkomsten zijn, bijvoorbeeld die uit een tijdelijk baantje.

Omzetting in lening om niet

In bovenstaand voorbeeld is gekeken naar de afrekening over het jaar 2018. Deze vindt (meestal) plaats in 2019. Op dat moment wordt de verstrekte en nog te verstrekken of terug tebetalen leenbijstand 2018 omgezet in een lening om niet. Een schenking als het ware. Of anders gezegd, een definitieve uitkering.
Hierover moet dan wel op dat moment loonbelasting afgedragen worden door de gemeente. De gemeente doet dat dan ook. Maar op dat moment wordt het ook inkomen voor u.

Eindheffingsregeling

Dat inkomen telde tot en met 2016 mee voor het totale inkomen. Dat kon aanleiding geven tot het moeten terugbetalen van bijvoorbeeld (een deel van) de huurtoeslag. Of een van de andere toeslagen, soms zelf meerdere toeslagen. Meer hierover lees je in het artikel ‘Stoppen met de BBZ en het terug betalen van de huurtoeslag’.
Deze problemen met de toeslagen zijn er sinds 1 januari 2017 niet meer. Vanaf dat jaar wordt namelijk de eindheffingsregeling toegepast. Wordt normaal gesproken de loonheffing door de werkgever geheven maar komt deze ten laste van de werknemer, bij de eindheffingsregeling komt de loonheffing ten laste van de werkgever.
Het loon waarover de eindheffing wordt berekend telt hierdoor niet mee voor het verzamelinkomen van de ontvanger. Ook niet voor de de inkomensafhankelijke premie ZVW trouwens.

Meer informatie

De precieze regeling van de Bbz en de verrekening van voorschotten en leningen is natuurlijk ingewikkelder dan hier in het kort geschetst kan worden. Ik geef hier alleen de hoofdlijn. Voor alle ins en outs moet u het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 er op na slaan.

8 Replies to “Financiële ondersteuning in de Bbz en de verrekening”

  1. In het verleden hebben wij een paar keer bbz uitkering gehad in de vorm van een renteloze lening. Elke jaar hebben wij een laag inkomen en vindt er geen terugbetaling van de lening. Wij hebben eigen vermogen in ons huis zitten. Wij willen graag dat de lening kwijtgescholden wordt.
    Is dit mogelijk bij de BBZ?
    Het lijkt of dat in een voorbeeld hierboven gebeurt maar daar wordt niet over vermogen in een eigen huis gesproken.

    • Beste Frank,

      De hele BBZ-regeling is vastgelegd in het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Hier kun je in principe alles vinden. Alleen gemakkelijk is dat niet.
      In artikel 21, eerste lid, gaat het over de omzetting naar een bedrag om niet van een lening. Daarbij wordt voor het vermogen verwezen naar Artikel 3, eerste lid. Dat onderdeel is verder duidelijk over de bedragen.

      Wat meetelt voor het vermogen dat wordt in Hoofdstuk 1, artikel 1, onderdeel h en i vastgesteld. In onderdeel h wordt verwezen naar de Participatiewet, Artikel 34, eerste lid, onderdeel 1, waarbij niet meetelt het vermogen zoals benoemd in de onderdelen a en e van Artikel 34, tweede lid. De uitzondering in onderdeel a is interessant omdat het gaat om “bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;”.
      Maar onderdeel d van ditzelfde Artikel 34, tweede lid betreft een eigen woning: “het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voor zover dit minder bedraagt dan € 51.600,00;”. Deze waarde wordt dus niet uitgezonderd ofwel telt dus wel mee in de bepaling van het vermogen.

      Dit lijkt mij duidelijk. Daarnaast is er altijd wel wat speelruimte en kan de plaatselijke BBZ-instantie zelf bepalen hoe hier mee om te gaan. Dat wil per gemeente nog wel eens verschillen.

  2. Hier is een heel groot probleem mee als je bijvoorbeeld in 2012 BBZ ontvangt over zeg 8 maanden dan denk je dit is een inkomen over 2012 . Niets is meer waar dit gaat naar 2013
    en maakt je inkomen Dan oneigenlijk hoog met alle gevolgen vandien ( jaren later !! )
    zoals terug betalen van huurbijdragen Huurtoeslag weg spaarcentjes. ( en zeker als je door omstandigheden moet stoppen met je werkzaamheden Dubbel als je dan verhuist ben naar ?? Maar ik heb ergens gelezen dit is niet meer vanaf 13 op 2014 ? Daar ben ik naar opzoek
    Zodat ik als nog weer bezwaar kan maken met ht meten van twee maten wie heeft het ook gelezen ???

  3. Dan heb ik nog een vraag:
    Als je anderhalf jaar BBZ hebt gehad, is de gemeente dan verplicht om een verkort boekjaar te hanteren bij de eindafrekening?
    Voorbeeld: Heel 2014 en in 2015 t/m juni BBZ (levensonderhoud). Vanaf juni 2015 alleen inkomen uit loondienst.

    • Dat dit een verplichting is, kan ik me niet voorstellen, maar ik ken de wet daarvoor niet voldoende. Verder weet ik niet precies wat je bedoelt. Er moet op enig moment afgerekend worden. Als er over 2014 nog geen verrekening heeft plaats gevonden en over 2015 kan dat al op het moment dat de BBZ gestopt is, dan zal de verrekening van beide plaats kunnen vinden in 2015. Wel per jaar apart lijkt mij.

  4. Mag de gemeente de eindafrekening alleen per boekingsjaar doen of -in geval je bijv. anderhalf jaar BBZ hebt gehad- deze ook over de hele periode verrekenen ( dus over anderhalf jaar)?

    • Beste Guinevere,

      Ik heb wel vaker gehoord dat dit gedaan werd, maar ik weet eerlijk gezegd niet wat officieel mag of niet mag. In ieder geval is het moment van afrekening bepalend voor het moment dat het meetelt voor je inkomen. In de oud situatie dan, dus voor 1 januari van 2017.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*